Chutney is een relatief onbekende en (naar mijn idee) ondergewaardeerde smaakmaker. Deze zoetzure, vaak meer hartige, variant op jam, vindt de weg naar onze Nederlandse eettafels niet zo vaak als andere sauzen. En daar wil ik verandering in brengen! Daarom deze week 5 redenen waarom chutney mijn nieuwe favoriete 'saus' is en dat wellicht ook voor jou kan zijn.

1. Chutney = gezond!

Als je aan gezond eten denkt, is saus direct een no go area. De klassieke Franse sauzen zitten vol olie, room en eieren. Bij chutney is dat een heel ander verhaal. De basisingrediënten zijn goed voor je: groenten en fruit, kruiden en specerijen, azijn... het enige wat er aan toegevoegd wordt en minder goed voor je is, is suiker. Maar: chutney hoeft niet zo zoet te zijn als jam. Dus ik vervang de suiker door minder ongezonde suikervervangers of kies voor de basis groenten of fruit die al zoet van zichzelf zijn. Overigens kun je chutney het beste zelf maken: chutney uit de supermarkt bestaat meestal voor het grootste deel uit suiker. 

Rabarberstronken, in stukken gesneden

Rabarberstronken, in stukken gesneden

2. Chutney heeft écht smaak

Bij een goede saus, of andere smaakmaker, draait het om de smaak. Dat klinkt logisch, maar bij de meest gegeten sauzen lijkt het helemaal niet om smaak te draaien (witte saus uit een zakje voor over de bloemkool) of overheerst de saus het gerecht helemaal (met een half flesje woksaus er overheen proef je het verschil tussen boontjes en paprika bijna niet meer). Een goede, zelfgemaakte chutney zit boordevol smaak, afkomstig van fruit, groente, kruiden en specerijen. Door met hoeveelheden en ingrediënten te variëren, kun je de chutney naar smaak of gerecht waar je het bij wilt eten aanpassen.  

3. Chutney past overal bij

Chutney wordt vooral als bijgerecht bij Indiase gerechten gegeten, maar er is veel meer mogelijk! Onderstaand recept voor rabarberchutney is bijvoorbeeld heerlijk bij kaas (van een saaie boterham met kaas tot een uitgebreid kaasplankje), als dipsaus, op brood, bij vlees, als onderdeel van een chique amuse of als barbecuesaus. Daarmee is de pot niet alleen sneller leeg, het houdt het ook interessant als je toevallig zoveel rabarberstengels op te maken hebt dat je meteen 10 potten hebt gemaakt. 

Rabarberchutney op een cracker met een dun plakje Parmezaanse kaas

Rabarberchutney op een cracker met een dun plakje Parmezaanse kaas

4. Chutney is makkelijk te maken en goed te bewaren

Er zijn allerlei manieren om chutney te maken, sommige daarvan duren heel lang. Maar dat hoeft helemaal niet. De rabarberchutney hieronder is zó klaar en als je heel ongeduldig bent kun je het meteen eten als het nog warm is. Wil je het niet direct eten, of maak je een grote hoeveelheid? Dan kun je dit in gesteriliseerde weckpotten lang in de voorraadkast bewaren. En als je de pot eenmaal geopend hebt, is deze ook in de koelkast nog een tijdje goed te houden (maar meestal is die pot zó leeg).

5. Chutney is (en blijft) origineel

Juist omdat nog niet iedereen regelmatig chutney eet of maakt, is het een originele smaakmaker. En omdat er eindeloos veel mogelijkheden zijn om te variëren, blijft het dat ook. Bepaalde smaken zijn zo herkenbaar, dat ik ze niet meer interessant vindt (mayonaise, standaard barbecuesauzen). Maar chutney is de moeite van het zelf maken waard: mensen eten een keer écht iets anders. 

Ben je al overtuigd? ;)

Probeer onderstaand recept eens uit nu de rabarber in het seizoen is. Geen chutney-fan, wel rabarber-fan? Ga dan voor deze heerlijke rabarbercake, rabarberjam of ontbijtparfait met geroosterde rabarber en aardbeien.

Rabarberchutney

voor ongeveer 400 ml chutney

Ingrediënten

  • 200 gram rabarber, in stukken van ongeveer 2 cm breed
  • 1 kleine ui, fijngesneden
  • 2 teentjes knoflook, geperst
  • 1 eetlepel geraspte verse gember
  • 50 gram rozijnen
  • 80 ml witte wijn
  • 30 gram suiker (ik heb rietsuiker gebruikt)
  • olijfolie
  • zout
Ui, knoflook, gember en rozijnen worden ingekookt in witte wijn

Ui, knoflook, gember en rozijnen worden ingekookt in witte wijn

Bereiding

  • Verwarm de olijfolie in een pan met dikke bodem. Fruit de ui op matig vuur, tot deze glazig is. De randjes mogen niet bruin worden, zorg dus dat het vuur niet te hoog staat. Voeg hier de knoflook, gember en een snufje zout aan toe en bak zachtjes 2-3 minuten. 
  • Schenk de witte wijn erbij en voeg de rozijnen toe. Breng aan de kook en laat 1 minuut inkoken. Voeg nu ook de suiker in kleine hoeveelheden toe en roer goed, tot deze is opgelost. 
  • Doe de helft van de rabarberstukken erbij en laat dit zachtjes pruttelen, tot de rabarber uit elkaar valt. Dit duurt ongeveer 5 minuten. De chutney is nu dikker geworden en lijkt op een dikke jam.
  • Voeg nu de rest van de rabarber toe en laat dit zachtjes meekoken. Doordat je de tweede helft later toevoegt, blijven deze stukjes iets steviger. Ze moeten echter wel gaar zijn en uit elkaar vallen als je er met een lepel op duwt. 
  • Laat de chutney een beetje afkoelen en proef. Breng op smaak met zout. Afhankelijk van hoe zuur je rabarber is en wat je eigen smaak is, zul je wellicht nog wat suiker toe moeten voegen. Verwarm het dan nog kort, zodat de suiker weer kan oplossen. 
  • Laat de chutney nu helemaal afkoelen en serveer, of doe deze in gesteriliseerde weckpotten om langer te kunnen bewaren.

1 Comment